5 concrete stappen
Een baby wordt geboren zónder het vermogen om zijn eigen spanning te reguleren. Dat "lenen" ze van jou (= co-regulatie). Zelfregulatie is geen knop die omgaat, maar een vaardigheid die ontstaat uit duizenden momenten van co-regulatie.
Dus: het wiegen, de hand, de borst is niet "de gewoonte die je moet doorbreken", het is het reguleringssysteem van je kindje op dit moment. Daarom lukt afbouwen niet als je het ineens weghaalt: je haalt het systeem weg, voor er een nieuw systeem is opgebouwd.
Wat helpt dan wel?
-
Wacht even voordat je reageert
Tussen twee slaapcycli maakt je kindje geluidjes: kreunen, bewegen, kort mopperen. Dat is niet altijd wakker worden. Reageer je meteen, dan onderbreek je het moment waarop hij zelf verder had kunnen slapen. Wacht dus even, kijk en luister. Wordt het echt huilen, dan ga je er natuurlijk naartoe.
-
Valt je kindje nog in je armen in slaap? Werk in stapjes
Leg hem eerst neer als hij bijna helemaal in slaap is. Gaat dat goed? Leg hem dan de week daarna iets wakkerder neer. En daarna nog iets wakkerder. Zo doet hij het laatste stukje steeds vaker zelf.
-
Bouw je hulp af in kleine stapjes (fading)
Voor elke vorm van hulp:
* Wieg je? Wieg iets korter en trager, tel de minuten terug van drie naar twee naar één.
* Hand op zijn lichaampje? Begin met een stevige hand, dan lichter, dan alleen even aanraken, dan je hand naast hem.
* Borst of fles? Laat hem niet helemaal wegvallen, maar haal hem los als hij soezerig maar nog net wakker is.
-
Verschuif de voeding, haal hem niet weg
Zet de voeding vooraan in de routine: eerst voeden, dan pyjama, boekje, bed. Zo is de voeding niet meer het laatste voór het slapen en ontkoppel je "voeding = slaap".
-
Geef het even de tijd
Geef elke stap drie tot vijf dagen voordat je de volgende zet. Lukt het niet en raakt je kindje overstuur? Pak hem dan weer op, help hem rustig worden, en probeer het daarna opnieuw. Dat hoort erbij.
|