Een pasgeboren baby heeft nog geen dag-nachtritme.
Hij weet niet wat dag en nacht is, heeft een maagje ter grootte van een knikker en is negen maanden lang omgeven geweest door warmte, beweging en geluid.
Buiten de baarmoeder is alles nieuw en onbekend - en jij bent het enige vertrouwde wat hij kent.
Wat dat betekent in de praktijk: je baby slaapt in korte stukjes, wil veel gedragen worden en valt het makkelijkst in slaap dicht tegen jou aan. En dat mag. Wiegen, voeden, vasthouden, samen slapen - je leert hem er niets mee aan wat later een probleem wordt. Een pasgeboren baby kan zijn zenuwstelsel nog niet zelf reguleren. Hij heeft jou nodig om tot rust te komen. Dat is geen verwennen, dat is precies waarvoor jij er bent.
Het frequente wakker worden in de eerste maanden is ook heel functioneel. Licht slapen en regelmatig wakker worden beschermt je baby tegen wiegendood. Zijn slaap is zo slim geprogrammeerd dat hij makkelijk wakker kan worden als er iets niet klopt. Op de kamer slapen bij je baby in de eerste zes maanden verlaagt dat risico nog verder. Niet per se in hetzelfde bed, maar wel in dezelfde ruimte.
Dus wees niet bang voor slaapassociaties in deze fase.
Een newborn die aan de borst of in je armen in slaap valt, doet precies wat bij zijn leeftijd past. Zijn brein is er nog niet klaar voor om het anders te doen - en dat hoeft ook nog helemaal niet.
Geniet van die knuffelmomenten. Ze zijn goed voor hem én voor jou.
|