Vanaf 6 maanden is een kantelpunt. Veel van wat in de eerste maanden gold, geldt nu niet meer.
- Geen ochtenddutje-vóór 9 uur.
Slaapt hij om half acht alweer, dan telt zijn lichaam dat nog als verlenging van de nacht. Het gevolg: hij wordt steeds vroeger wakker om op tijd moe genoeg te zijn voor dat vroege dutje. Zo houd je die vroege ochtend zelf in stand. Schuif op in stapjes van 10 tot 15 minuten per dag.
- Bij méérdere nachtvoedingen: doe de ochtendtest.
Eén of twee voedingen per nacht is gewoon normaal. Maar wordt hij vaker wakker voor melk? Kijk naar het eerste halfuur na het opstaan. Eet hij meteen gretig, dan was het honger. Kan hij makkelijk wachten, dan is het meer gewoonte geworden. En dan zit de oplossing overdag, niet in de nacht.
- Als ik wilde oefenen met inslapen, zou ik nu beginnen.
Even een misverstand wegnemen: je baby leert zichzelf niet reguleren. Dat ontwikkelt zich over jaren. Ook een kleuter heeft daar nog hulp bij nodig, en eerlijk gezegd wij volwassenen ook. Wat rond zes maanden wél verandert: zijn brein is rijper en hij kan met jouw nabijheid tot rust komen zonder dat je alles overneemt. Daarom gaat oefenen nu merkbaar makkelijker. En dan zou ik met de nachten beginnen, niet met de dutjes, want's nachts is de slaapdruk het hoogst.
- Hij gaat je nu bewuster missen.
Vanaf ongeveer zes maanden snapt je baby dat jij en hij twee osse personen zijn. En dus dat jij weg kunt gaan. Dat is een mooie ontwikkeling. Wat ik overdag zou doen: een paar keer per dag kort naar een andere.kamer lopen, roepen wat je doet en weer terugkomen. Zo oefent hij tientallen keren per week dat weggaan altijd eindigt in terugkomen.
|